Dinsdag: Sportfondsenbad, Weteringlaan 1 Delft

   

 18:00u
 
18:45u

  

 18:45u
 
19:30u

     
Ondiepe bad Badje 1 Badje 1
Badje 2 Badje 2
Badje 3 Badje 3
Badje 4 Badje 4
     
Diepe bad Badje 5 Zwemdiploma C
Zwemdiploma A Junior Redder 1/2
Zwemdiploma B Junior Redder 3/4
  Zwemmend Redder 1/2
   

Donderdag: zwembad Kerkpolder, Kerkpolderweg 1 Delft

   

18:00u
18:45u

18:45u
19:30u

 

19:30u
20:15u

 

20:15u
21:00u

 
Ondiepe bad  Badje 1  Badje 1  ABC 8+  Trimzwemmen
 volwassenen
Badje 2 Badje 2 Opleidingen
 kaderleden
Elementair
volwassenen
 Badje 3  Badje 3    Life Saver 1/2/3
 Badje 4  Badje 4    
 Badje 5  Badje 5    
 
Diepe bad  Zwemdiploma A   Junior Redder 3/4 Aspiranten D
 wedstrijdploeg
Junioren & Senioren
 wedstrijdploeg
 Zwemdiploma B  Zwemmend Redder 1  Aspiranten C
 wedstrijdploeg
 Senioren
 techniek/conditie
 Zwemdiploma C Zwemmend Redder 2 Trimzwemmen
 volwassenen 
 
  Junior Redder 1/2  Zwemmend Redder 3    
    Zwemmend Redder 4    

 

Het Zwem-ABC bestaat uit een drietal zwemdiploma's: A, B en C. De zwemdiploma's A en B zijn waardevolle tussenstapjes, maar wie het zwemdiploma C op zak heeft is een echte vriend van het water geworden.

Bij het Zwem-ABC wordt in het begin veel aandacht besteed aan het watervrij maken van kinderen. Dit is een hele belangrijke periode. Hierin wordt de basis gelegd voor het leren zwemmen. Kinderen leren lopen in het water , spetteren, te water gaan en eruit klimmen, draaien van borst naar rug naar borst ,onder water gaan, onder water kijken en zoeken. Deze zaken zorgen ervoor dat kinderen het water leren kennen en zich er prettig in gaan voelen.

Als een kind kan drijven op borst en rug en zelfstandig kan gaan staan, is het tijd voor de volgende fase: de zwemslagen. Bij het Zwem-ABC leren kinderen vier zwemslagen: enkelvoudige rugslag, schoolslag, borstcrawl en rugcrawl. Behalve aan de zwemslagen wordt ook aandacht besteed aan allerlei oefeningen in diep water, zoals verschillende manieren van in het water gaan, onder water zwemmen, klimmen en klauteren op vlot en kant en naar de bodem gaan.

Bij het Zwem-ABC ligt een belangrijk accent op het veilig zijn in het water. Er wordt geoefend met vallen en opstaan, in het water springen en uit het water klimmen. Ook met kleren aan in het water zijn komt regelmatig tijdens de lessen aan de orde. Een kind dat zwemdiploma C heeft gehaald, heeft een paspoort voor een leven lang zwem- en watersportplezier.

Na het behalen van het C-diploma zijn er bij de Delftse Reddingsbrigade nog tal van andere diploma's te behalen.

 

          

Dag

Datum

Aanvang

Einde

 

Onderwerp

Omschrijving

zondag

26-11-2017

14:30

17:30

 

Zwem-ABC

Sportfondsenbad

donderdag

25-01-2018

18:00

21:00

 

Zwemmend Redden

JR1-4

zondag

25-03-2018

14:30

17:30

 

Zwem-ABC

Sportfondsenbad

donderdag

21-06-2018

18:00

21:00

 

Zwemmend Redden

JR1-4, ZR1-2

donderdag

28-06-2018

18:00

21:00

 

Zwemmend Redden

ZR3-4, LS1-3

zondag

08-07-2018

12:45

15:45

 

Zwem-ABC

Sportfondsenbad

 

Algemeen

Doelgroep: ca. 9 – 12 jaar

Van de Zwemmend Redder wordt verwacht dat een redding zwemmend kan worden uitgevoerd. Verwacht mag worden dat voldoende watervreesvrijheid en zwemtechniek aanwezig is. Dit gevorderde redder niveau is onderverdeeld in twee functionele aandachtgebieden, namelijk

  • basis natte reddingstechnieken; en
  • complexe natte redding.

In de eerste bekwaamheidsniveaus wordt ingegaan op het benaderen, bevrijden en vervoeren van een enkele drenkeling. In de volgende bekwaamheidsniveaus met complexe natte redding wordt meer ingegaan op zoekpatronen onder water, bijzondere drenkelingen (b.v. bewusteloos) en samenwerken als groep.

Bij de natte redding wordt in de Zwemmend Redder 1 de nadruk gelegd op het benaderen en het vervoeren van een drenkeling. Tevens wordt door de invoering van een behoedzame benadering het bewustzijn ontwikkeld, c.q. benadrukt, dat drenkelingen ook een gevaar kunnen vormen. Door invoering van de rescue tube wordt tevens aangeleerd om drenkelingen een drijfhulpmiddel aan te bieden en wordt ervaren dat het vervoeren zonder middelen moeilijker is dan met middelen.

Bij het Zwemmend Redden 2 wordt onder andere ingegaan op het veilig uitvoeren van een natte redding door gebruik te maken van twee redders en elkaar aan te lijnen, almede het verder ontwikkelen van bevrijdingsgrepen en vervoermethoden.

In de volgende bekwaamheidsniveaus (Zwemmend Redden 3 en 4) met complexe natte redding wordt meer ingegaan op het aanpakken van een ongeval, zoeken van drenkelingen in onbekend water en zorgen voor veiligheid tijdens een redding (o.a. zekeren van redders). Bij de Zwemmend Redder 3 ligt de nadruk op het omgaan met zoekgeraakte, drukke en bewusteloze drenkelingen en veiligheid voor zowel de redder als drenkeling. Bij Zwemmend Redder 4 wordt meer de nadruk gelegd op samenwerking bij een eenvoudig ongeval, evenals kennismaken met beperkt zicht in water door invoering van een geblindeerde bril bij het afzoeken van de bodem.

Exameneisen

Zwemmend Redder 1

Zwemmend Redder 2

Zwemmend Redder 3

Zwemmend Redder 4

Algemeen

Doelgroep: ca. 6 – 9 jaar

Van de beginnende redder mag niet worden verwacht dat een redding zwemmend wordt uitgevoerd. Kinderen die in dit niveau instromen zijn afkomstig vanuit de elementaire zwemopleiding. Het niveau en kwaliteit van kandidaten kan heel divers zijn. De bedoeling is om eerst de kandidaten op een zodanig niveau te brengen dat zelfredzaamheid mogelijk is, waarna kennismaking en gebruik met contactmakende hulp- en reddingsmiddelen volgt.

Het opleidingsprogramma van Junior Redder is onderverdeeld in twee functionele aandachtsgebieden, namelijk:

  • zelfredzaamheid (Junior Redder 1 & 2); en
  • droge redding (Junior Redder 3 & 4).

Bij zelfredzaamheid wordt het eerste bekwaamheidsniveau (Junior Redder 1) gelegd op het Zwem ABC - C niveau. De exameneisen en normering met betrekking tot borstcrawl en rugcrawl sluiten aan op het Zwem ABC - B niveau. Het brevet Junior Redder 1 is een instapniveau waarbij kandidaten verder watervreesvrij worden gemaakt en de basis wordt gelegd voor een goede zwemslagtechniek (lig houding, coördinatie bewegingen, uithoudingsvermogen, enz.). Het niveau van kandidaten die bij reddingsbrigades instromen is zeer verschillend en daarom is dit instapniveau noodzakelijk.

In het tweede bekwaamheidsniveau (Junior Redder 2) wordt het beheersen van de omgang met water verder uitgebreid door de nadruk te leggen op bewegingsvrijheid, coördinatie onder water en verbeteren van de zwemslag (grove vorm en juiste uitvoering ademhaling). Verder dienen asymmetrische en symmetrische zwemslagen op borst en rugligging te kunnen worden uitgevoerd. Gekozen is voor de zwemslagen borstcrawl, rugcrawl, schoolslag en samengestelde rugslag.

Bij de droge redding wordt in het derde bekwaamheidsniveau (Junior Redder 3) de nadruk gelegd op het gebruik van contactmakende hulpmiddelen als kleding, tuinslang, stok en touwen. Hierbij is het communiceren met een drenkeling een belangrijk element. Duidelijk maken wat je gaat doen en geruststellen in eenvoudige vorm zijn hierbij belangrijk, almede de eerste attitude (houding) vorming. Een belangrijk nieuw element is het ervaren van een drijfhulpmiddel voor de eigen veiligheid. De beginnende zwemmer bij Junior Redder 3 ervaart het zwemmen met kleding als zwaar. Het besef dat je met kleding niet ver kan zwemmen wordt dan ervaren. Het vertrouwen op drijfhulpmiddelen is een onvergetelijke en essentiële ervaring voor de beginnende zwemmer. Een ervaring die door deze groep als erg leuk en nuttig wordt ervaren en in sterke mate bijdraagt aan het statutaire doel van Reddingsbrigade Nederland. Door toegenomen waterrecreatie komen ook kinderen steeds vaker in aanraking met deze middelen. Door het oefenen wordt de waarde hiervan in de praktijk erkend en is bewezen dat de middelen eerder worden gebruikt. Doordat kinderen deze ervaring aan hun ouders vertellen zal ook bij hen een bewustwording voor het gebruik van drijfhulpmiddelen optreden.

In Junior Redder 3 wordt ook het verbeteren van de zwemslagen nagestreefd. Hierbij wordt van de grove vorm naar een basis vorm toegewerkt om zo de zwemslag efficiëntie door o.a. lig houding te verbeteren en stuwkracht te verhogen. Verder wordt de zeemanslag als extra zwemslag ingevoerd als zijwaartse slag ter voorbereiding op het vervoeren en verbetering van de bewegingscoördinatie.

Bij Junior Redder 4 wordt de kandidaat geconfronteerd met het gebruik van contactmakende reddingsmiddelen en wordt de zwemslag technisch geperfectioneerd. Het perfectioneren van de zwemslag houdt een goede afstemming tussen beweging, ademhaling, glijden en invoering verfijnde zwemslagtechnieken in. De ontwikkeling van de attitude om te helpen en met drenkelingen te communiceren, alsmede hulp inroepen is in dit niveau het belangrijkst. In lesgroepen kan dit bijvoorbeeld worden bereikt door kinderen te laten helpen met de voorbereiding van de les (bijvoorbeeld materiaal halen) en andere eenvoudige taken.

Exameneisen

Junior Redder 1

Junior Redder 2

Junior Redder 3

Junior Redder 4